Energieprestatie van gebouwen - Ventilatie van gebouwen - Deel 17: Richtlijnen voor inspectie van ventilatie- en airconditioningsystemen (Module M4-11, M5-11, M6-11, M7-11)
Deze Europese norm specificeert de gemeenschappelijke methodologie en de vereisten voor inspectie van airconditioningsystemen in gebouwen voor ruimtekoeling en/ of verwarmings- en/ of ventilatiesystemen vanuit het oogpunt van energieverbruik. Het kan worden gebruikt om te voldoen aan de EPBD-vereisten (richtlijn energieprestatie van gebouwen 2010/ 31/ EU [9]) en in andere contexten waar dergelijke inspecties zijn gespecificeerd. De in deze norm gespecificeerde methodologie gaat over binnenklimaatproblemen die te wijten kunnen zijn aan de geïnspecteerde systemen.Deze norm is van toepassing op zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen uitgerust met:- airconditioninginstallatie(s) zonder mechanische ventilatie of- airconditioninginstallatie(s) met mechanische ventilatie of- natuurlijke en mechanische ventilatiesysteem(en).Deze norm is van toepassing op:- vaste systemen - toegankelijke delen die bijdragen aan de koeling en mechanische ventilatie.Deze norm is ook van toepassing op sommige systemen waarvoor de richtlijn geen keuring vereist, zoals:- vaste installaties met een vermogen van minder dan 12 kW - alleen ventilatiesystemen.De inspectie van systemen die in deze norm wordt gegeven, is van toepassing op:- alle soorten comfortkoel- en airconditioningsystemen. Dit omvat airconditioningsystemen met een nominaal vermogen van minder dan 12 kW die niet vallen onder Richtlijn 2010/ 31/ EU - alle soorten ventilatiesystemen, dwz mechanische, natuurlijke, hybride (inclusief mechanische en natuurlijke ventilatie). Delen van deze norm zijn ook van toepassing om ventilatie-eisen te controleren wanneer er geen ventilatiesysteem is.De inspectie van systemen omvat, maar is niet beperkt tot, de volgende onderdelen:- werking in omgekeerde cyclus van airconditioningapparatuur - bijbehorende water- en luchtverdeel- en afvoersystemen die een noodzakelijk onderdeel vormen van het systeem - regelingen die bedoeld zijn om het gebruik van bijbehorende water- en luchtverdeel- en afvoersystemen te regelen.Tabel 1 toont de relatieve positie van deze norm binnen de offset van de EPB-normen in het kader van de modulaire opbouw zoals uiteengezet in EN ISO 52000 1:2017.OPMERKING 1 In CEN ISO/ TR 52000 2:2017 [7] is dezelfde tabel terug te vinden, met per module de nummers van de relevante EPB-normen en bijbehorende technische rapporten die zijn gepubliceerd of in voorbereiding zijn.OPMERKING 2 De modules vertegenwoordigen EPB-normen, hoewel één EPB-norm meer dan één module kan dekken en één module kan worden gedekt door meer dan één EPB-norm, bijvoorbeeld respectievelijk een vereenvoudigde en een gedetailleerde methode. Zie ook hoofdstuk 2, tabel A.1 en tabel B.1.Deze norm is niet van toepassing op:- kwalificatie van de met de inspecties belaste personen of organisaties - frequentie van de verplichte inspectie (gedefinieerd op nationaal niveau) - componenten die de verwarmingsfunctie ondersteunen (gespecificeerd in EN 15378-1:2017 [8] en het bijbehorende technische rapport CEN/ TR 15378-2:2017 [8] dat de inspectie van verwarmingssystemen met ketels behandelt).De volgende informatie is te vinden in andere normen of technische rapporten:- richtlijnen met betrekking tot kenmerken die van invloed zijn op de frequentie en duur van de inspectie worden gegeven in CEN/ TR 16798-18:2017 - procedures en methoden voor de inspectie van ketels en verwarmingssystemen zijn gegeven in prEN 15378 (alle onderdelen) [8].Tabel 1 toont de relatieve positie van deze norm binnen de set van EPB-normen in het kader van de modulaire opbouw zoals vastgelegd in EN ISO 52000 1:2017.
Bekijk in