Spoorwegtoepassingen - Spoor - Prestatie-eisen voor bevestigingssystemen - Deel 5: Bevestigingssystemen voor ballastloze sporen
Dit document is van toepassing op bevestigingssystemen, in categorieën A - D zoals gespecificeerd in EN 13481-1:2012, 3.1 voor het bevestigen van rails aan het bovenste oppervlak van betonnen of stalen elementen in ballastloze sporen, inclusief sporen op open dekbruggen, en voor ingebedde spoorstaven in ballastloze sporen, voor maximale aslasten en minimale boogstralen volgens tabel 1.[Tabel 1 - Criteria bevestigingscategorie]OPMERKING De maximale asbelasting voor categorie A en B is niet van toepassing op onderhoudsvoertuigen.De eisen gelden voor:- bevestigingssystemen die inwerken op de voet en/ of het lijf van de spoorstaaf, waaronder directe bevestigingssystemen en indirecte bevestigingssystemen - bevestigingssystemen voor railsecties opgenomen in EN 13674-1 (exclusief 49E4), of EN 13674-4.Dit document is niet van toepassing op bevestigingssystemen voor dwarsliggers van hout of polymeercomposiet die worden gebruikt in ballastloze rails, die zijn opgenomen in EN 13481-3.Dit document is niet van toepassing op starre bevestigingssystemen, speciale bevestigingssystemen die worden gebruikt bij boutverbindingen of gelijmde verbindingen of speciale bevestigingen met lage klemkracht die worden gebruikt om spoor-bruginteractie-effecten te verminderen.Dit document is voor typegoedkeuring van complete bevestigingssystemen. Bij baanvormen waarin railzitblokken of dwarsliggers zijn gemonteerd in " laarzen" (onderslaapkussens) worden het betonnen element en zijn veerkrachtige ondersteuning beschouwd als onderdelen van het elastische bevestigingssysteem. Als de spoorvorm zwevende platen bevat (d.w.z. veerkrachtig ondersteunde betonnen elementen met meer dan één bevestiging per spoorstaaf), worden die betonelementen en hun veerkrachtige ondersteuningen beschouwd als onderdeel van het ballastloze spoor en niet als onderdeel van het bevestigingssysteem.
Bekijk in