Sludge, treated biowaste and soil - Determination of elements using inductively coupled plasma mass spectrometry (ICP-MS)
Deze Europese norm specificeert een methode voor de bepaling van de volgende elementen in koningswater of salpeterzuurdigesten van slib, behandeld bioafval en grond:Aluminium (Al), antimoon (Sb), arseen (As), barium (Ba), beryllium (Be), bismut (Bi), boor (B), cadmium (Cd), calcium (Ca), cerium (Ce), cesium (Cs), chroom (Cr), kobalt (Co), koper (Cu), dysprosium (Dy), erbium (Er), europium (Eu), gadolinium (Gd), gallium (Ga), germanium (Ge), goud (Au), hafnium (Hf), holmium (Ho), indium (In), iridium (Ir), ijzer (Fe), lanthaan (La), lood (Pb), lithium (Li), lutetium (Lu), magnesium (Mg), mangaan (Mn), kwik (Hg), molybdeen (Mo), neodymium (Nd), nikkel (Ni), palladium (Pd), fosfor (P), platina (Pt), kalium (K), praseodymium (Pr), rhenium (Re), rhodium (Rh), rubidium (Rb), ruthenium (Ru), samarium (Sm), scandium (Sc), selenium (Se), silicium (Si), zilver (Ag), natrium (Na), strontium (Sr), zwavel (S), tellurium (Te), terbium (Tb), thallium (Tl), thorium (Th), thulium (Tm), tin (Sn), titanium (Ti), wolfraam (W), uranium (U), vanadium (V), ytterbium (Yb), yttrium (Y), zink (Zn) en zirkonium (Zr).Het werkbereik is afhankelijk van de matrix en de ondervonden interferenties.De methodedetectiegrens van de methode ligt voor de meeste elementen tussen 0,1 mg/ kg droge stof en 2,0 mg/ kg droge stof. De detectiegrens zal hoger zijn in gevallen waarin de bepaling waarschijnlijk wordt verstoord (zie hoofdstuk 4) of in het geval van geheugeneffecten (zie bijvoorbeeld 8.3 van EN ISO 17294-1:2006).De methode is gevalideerd voor de elementen vermeld in Tabel A.1 (slib), Tabel A.2 (compost) en Tabel A.3 (bodem). De methode is van toepassing op de andere hierboven genoemde elementen, op voorwaarde dat de gebruiker de toepasbaarheid heeft geverifieerd.
Bekijk in