Beware. You are currently visiting the website in English. Information of the Dutch variant is now shown.
NBN EN ISO 21301-1:2019

Kunststoffen - Vorm- en extrusiematerialen van ethyleenvinylacetaat (EVAC) - Deel 1: Aanduidingssysteem en basis voor specificaties (ISO 21301-1:2019)

ACTIVE

About this standard

Languages
German, English and French
Type
NBN
Standards committee
()
Status
ACTIVE
Publication date
26 March 2019
Replaces
NBN EN ISO 4613-1:1999
ICS Code
83.080.20 (Thermoplastische materialen)
Withdrawn Date

About this training

Summary

1.1 Dit document stelt een aanduidingssysteem vast voor thermoplastisch materiaal van ethyleenvinylacetaat, dat kan worden gebruikt als basis voor specificaties.
1.2 De typen ethyleen-vinylacetaat (EVAC)-kunststof worden van elkaar onderscheiden door een classificatiesysteem op basis van passende niveaus van de volgende kenmerkende eigenschappen:
a) vinylacetaatgehalte
b) massastroomsnelheid van de smelt
en op informatie over de beoogde toepassing en/ of verwerkingswijze, belangrijke eigenschappen, hulpstoffen, kleurstoffen, vulstoffen en versterkende materialen.
1.3 Dit document is van toepassing op alle ethyleenvinylacetaatcopolymeren die een massafractie van 3% tot 50% (ongeveer 25% molair) vinylacetaat bevatten.
Het is van toepassing op materialen die klaar zijn voor normaal gebruik in de vorm van poeder, korrels of pellets en op materialen die ongewijzigd zijn gebleven of zijn gewijzigd door kleurstoffen, additieven, vulstoffen, enz.
1.4 Het is niet de bedoeling te suggereren dat materialen met dezelfde aanduiding noodzakelijkerwijs dezelfde prestaties leveren. Dit document bevat geen technische gegevens, prestatiegegevens of gegevens over verwerkingsomstandigheden die vereist kunnen zijn om een materiaal voor een bepaalde toepassing en/ of verwerkingsmethode te specificeren.
Als dergelijke aanvullende eigenschappen vereist zijn, worden ze bepaald in overeenstemming met de testmethoden gespecificeerd in ISO 21301-2, indien geschikt.
1.5 Om een thermoplastisch materiaal voor een bepaalde toepassing te specificeren of een reproduceerbare verwerking te waarborgen, kunnen in datablok 5 aanvullende eisen worden gesteld (zie 4.1).