Kunststof leidingsystemen voor drukloze ondergrondse afwatering en riolering - Ongeplastificeerd poly(vinylchloride) (PVC-U), polypropyleen (PP) en polyethyleen (PE) - Deel 1: Specificaties voor hulpstukken en ondiepe kamers
Dit document specificeert de definities en vereisten voor hulpstukken en ondiepe kamers die ondergronds zijn geïnstalleerd in drukloze drainage- en rioleringssystemen en zijn vervaardigd van ongeplastificeerd poly(vinylchloride) (PVC-U), polypropyleen (PP), polypropyleen met minerale modificator (PP- MD) of polyethyleen (PE) bestemd voor gebruik voor:- drukloze ondergrondse afwatering en riolering buiten de bouwconstructie (toepassingsgebiedcode " U" , en- drukloze ondergrondse afwatering en riolering voor zowel in de grond ingegraven binnen de bouwconstructie (toepassingsgebiedcode " D" als buiten de bouwconstructie).Dit komt tot uiting in de markering van producten met " U" en " UD" .Het omvat ook de verbinding van de hulpstukken en ondiepe kamers met het leidingsysteem.De hulpstukken die onder deze norm vallen, zijn de volgende:- afgedichte toegangsbeslag - stangpuntafdekkingen - rodding tees - mechanische zadels.Hulpstukken volgens dit document zijn bedoeld voor gebruik in voetgangersgebieden, met uitzondering van stangen T-stukken en mechanische zadels die ook kunnen worden gebruikt in gebieden met veel verkeer.OPMERKING 1 Voetgangersgebieden zijn zoals gedefinieerd in EN 124 1.Hulpstukken kunnen worden geïnstalleerd tot een maximale diepte van 6,0 m vanaf het maaiveld, met uitzondering van stangpuntafdekkingen.Ondiepe putten volgens dit document zijn bedoeld voor gebruik in particuliere rioleringen in voetgangersgebieden boven de grondwaterspiegel, tot een maximale diepte van 2,0 m vanaf het maaiveld tot de keerzijde van de hoofdgeul. Dit document heeft betrekking op ondiepe kamers met stromingsprofielen en hun verbindingen met het leidingsysteem.OPMERKING 2 Mangaten en inspectieputten zijn gespecificeerd in FprEN 13598-2 [1].Hulpstukken en ondiepe kamers die aan dit document voldoen, voldoen ook aan de algemene vereisten van EN 476.Hulpstukken en ondiepe kamers kunnen op verschillende manieren worden vervaardigd, b.v. spuitgieten, rotatiegieten, spiraalwikkeling of vervaardigd uit componenten die volgens andere normen zijn gemaakt.OPMERKING 3 Producten die aan dit document voldoen, kunnen worden gebruikt met buizen, fittingen en andere componenten die voldoen aan een van de normen voor kunststofproducten die worden vermeld in hoofdstuk 2, op voorwaarde dat hun afmetingen compatibel zijn.OPMERKING 4 Producten die aan dit document voldoen, kunnen zonder aanvullende statische berekening in ondergrondse toepassingen worden geïnstalleerd.OPMERKING 5 Hulpstukken en ondiepe putten kunnen onderhevig zijn aan nationale veiligheidsvoorschriften en/ of lokale bepalingen.
Bekijk in