Kunststoffen - Methoden voor het bepalen van de dichtheid van niet-cellulaire kunststoffen - Deel 1: Immersiemethode, vloeistofpyknometermethode en titratiemethode (ISO 1183-1:2025)
Dit document specificeert drie methoden voor het bepalen van de dichtheid van niet-cellulaire kunststoffen in de vorm van holtevrije gegoten of geëxtrudeerde objecten, evenals poeders, vlokken en korrels.— Methode A: Immersiemethode, voor vaste kunststoffen (behalve poeders) in holtevrije vorm.— Methode B: Vloeistofpyknometermethode, voor deeltjes, poeders, vlokken, korrels of kleine stukjes van afgewerkte onderdelen.— Methode C: Titratiemethode, voor kunststoffen in elke holtevrije vorm.OPMERKING Dichtheid wordt vaak gebruikt om variaties in de fysieke structuur of samenstelling van kunststofmaterialen te volgen. Dichtheid kan ook nuttig zijn bij het beoordelen van de uniformiteit van monsters of specimens. Vaak hangt de dichtheid van kunststofmaterialen af van de gekozen monsterbereidingsmethode. Wanneer dit het geval is, dienen precieze details van de monstervoorbereidingsmethode te worden opgenomen in de betreffende materiaalspecificatie. Deze opmerking is van toepassing op alle drie de methoden.Bijlage C bevat nadere informatie voor het berekenen van het volume van het monster dat wordt gebruikt voor de bepaling van de dichtheid in het geval dat methode A (de immersiemethode) wordt toegepast.
Bekijk in