Waterpijpketels en hulpinstallaties - Deel 9: Eisen voor stooksystemen voor verpulverde vaste brandstoffen voor de ketel
1.1 AfvuursystemenDit document is van toepassing op poederbrandstofstookinstallaties van stoomketels en heetwatergeneratoren en begint bij de vulapparatuur voor de ketelbunkers of voor het poederbrandstofopslagsysteem en eindigt bij de asextractie-installatie. Voor multifuel-stooksystemen met afzonderlijke of gecombineerde branders zijn deze eisen van toepassing op het betreffende verbrandingsonderdeel met poedervormige brandstof. Voor andere brandstoffen of verbrandingssystemen die in combinatie worden gebruikt, gelden andere eisen, b.v. EN 12952-8:2022.1.2 BrandstoffenDeze eisen hebben betrekking op het gebruik van poedervormige brandstoffen (bijv. cokes, antraciet, bitumineuze steenkool of steenkool, bruinkool of bruinkool, petroleumcokes, olieschalie en poedervormige biomassa) variërend van laag tot hoog gehalte aan vluchtige stoffen.1.3 BedieningVoor stoomketels en heetwatergeneratoren met permanent toezicht door goed opgeleide personen gelden eisen voor bedrijfsinrichtingen.Aangezien verbrandingssystemen die gebruik maken van verpulverde brandstof kunnen worden ontworpen als directe of als indirecte verbrandingssystemen, moeten de operationele vereisten worden gedifferentieerd. Bijlage A geeft een overzicht van de operationele vereisten voor afvuursystemen, inclusief het verpulveringssysteem.
Bekijk in